dinsdag 15 juni 2021

 Pieter uit het zicht!

Het lijkt wel de titel van een spannend verhaal, wat doordrenkt is met allerlei kronkelige gedachten en gemene spelletjes. Een mix van dat alles wat zich afspeelt in allerlei achterkamertjes. Maar nee, was het maar een verhaal. Helaas is het een uit het politieke leven gegrepen feiten relaas, waarvan één persoon de dupe dreigt te worden. En waarom?

Het antwoord op die vraag is in wezen gemakkelijk, zelf voor iemand die wars is van politiek; men vindt de hoofdrolspeler, laten wij hem Pieter noemen, gewoon heel erg lastig, irritant en, tot overmaat van ramp, ook nog eens populair bij de achterban. Want dat dezer eigenschappen van toepassing zijn op onze hoofdpersoon staat als een paal boven water.

Toen Pieter nog in het zicht was schuwde hij de confrontatie niet. Als hij het gevoel had en aantonen kon dat mensen onrecht werd aangedaan ging hij de confrontatie aan, ook al was dat met eigen partijgenoten. Hét voorbeeld hier van is de kwestie van de toeslagenwet, waarbij  veel ouders bestempeld werden als aspirant criminelen die geconfronteerd werden met hoge aanslagen en dito schulden. Onze kritische hoofdrolspeler was één van degene die deze schandalige zaak aan de orde stelde.

Ja en kritiek wordt zeker niet op prijs gesteld. Op enig moment wordt dat weer tegen je gebruikt. Pieter wist dat uit ondervinding, want in 2012 was hij door de partijtop op een schier onverkiesbare 39ste plek gezet op de kandidatenlijst. Het doel was (toen al) duidelijk, om hem op een zijspoor te zetten. Maar helaas voor de snode bedenkers van deze constructie slaagde deze missie niet. Want Pieter kwam met voorkeurstemmen alsnog in de Tweede Kamer terecht.

En ogenschijnlijk werd onze hoofdrolspeler beloond voor zijn kritische gedrag, want hij deed mee aan de verkiezing voor het lijsttrekkerschap van zijn partij. Hij eindigde zeer verdienstelijk, nipt achter de winnaar, op een tweede plek. Het schijnt dat hem toen is toegezegd dat mocht de winnaar zich terugtrekken, hij zou opschuiven naar de functie van lijsttrekker. En de winnaar trok zich terug, maar Pieter werd genegeerd en een andere partijgenoot die wij gemakshalve maar even Wopke noemen (die zich eerder had teruggetrokken) werd de nummer 1. Niemand wist en weet schijnbaar meer van de eerder gemaakte afspraak en/of toezegging. Zo ga je dus om met stemmen van je leden: gewoon negeren! Bij elk normaal bestuur treed een nummer twee naar voren als nummer één, om wat voor reden dan ook, besluit te stoppen. Maar nee, zo werkt het schijnbaar dus niet.

Maar bij de Tweede Kamerverkiezingen kon je er niet om heen en werd men met de neus op de feiten gedrukt: Terwijl voor de rest van de partij de verkiezingen dramatisch verliepen, kreeg Pieter zoveel voorkeurstemmen dat hij alleen al voor vijf zetels zorgde. Je zou toch zeggen dat je een dergelijk lid moet koesteren. Maar de praktijk bleek toch iets anders te zijn.

Vanwege de dramatisch verlopen verkiezingen werd er een intern evaluatie onderzoek opgestart, waarbij afzonderlijke leden (schijnbaar) middels interne memo’s hun licht mochten laten schijnen over de gehele gang van zaken. Natuurlijk mocht ook Pieter zijn mening over de kwestie geven en dat was niet tegen dovemans oren gezegd, zoals blijkt uit zijn interne memo. Want het toeval wil dat net zijn interne memo gelekt werd. De daar in beschreven zaken ‘raze oan de protters’ zoals wij dat in Friesland zeggen. Of zacht uitgedrukt: het was niet best!

Wat ik mij, los van de inhoud, afvraag is hoe het mogelijk is dat deze interne memo van Pieter is gelekt. Er werd al redelijk snel gesuggereerd dat hij dit zelf zou hebben gedaan. Maar dat gaat er bij mij niet in. Want welk voordeel zou hij hier mee hebben gehad? Want als er iemand was die zijn partij op nummer één zette, dan was hij het wel. Ondanks dat hij meerdere keren was tegengewerkt bleef hij immers zijn partij trouw.

Natuurlijk valt er niets te bewijzen, maar het laten uitlekken van de interne memo van Pieter bood natuurlijk wel de ultieme mogelijkheid om hem te laten vertrekken of om hem in een positie te manoeuvreren dat het opzeggen van het lidmaatschap een logische maar ook begrijpelijke stap zou zijn. Pieter uit het zicht en het probleem was verdwenen.

Ik ben wars van politiek en wordt nog dwarser als ik hier verder over nadenk. Het open en eerlijk met elkaar omgaan lijkt in dit verhaal ver te zoeken. En dan zijn er ook nog politici die zich heel serieus afvragen waarom de mensen zich zo vervreemden van de politiek……

Een stikelige warsdenker.

woensdag 2 juni 2021

 ‘Ik wil mijn Donald Duckie terug’

Wie kent dat nummer nog?  Geschreven door Bob Bouber, zanger van de bekende band ‘ZZ en de Maskers’. Het nummer ‘Ik wil mijn Donald Duckie’, uitgebracht in 1969, speelde door mijn hoofd toen ik onlangs een prijs ontving van de Postcode loterij.

In het kader van klantenbinding verrast deze loterij zijn deelnemers regelmatig met een prijsje. De ene keer zijn het stroopwafels, de andere keer Dove en dit keer een (kort) abonnement op een tijdschrift naar keuze.

De keuze was best wel groot. Naast VT-wonen, Libelle, Quest en vele anderen kwam ook de Donald Duck voorbij. Aangezien één van mijn levensfilosofieën is dat je het kind in jezelf moet koesteren, besloot ik te kiezen voor een zes weken durend abonnement op de Donald Duck.

Ik kan er niets aan doen, maar ik heb wat met dat blad. Toen ik nog jong was namen mijn ouders een abonnement op het blad, wat ik (toe ook al) met veel plezier las. Ik kon wegdromen in de fantasiewereld van Walt Disney. Donald, Katrien, Oma, Kwik, Kwek en Kwak werden bekenden van mij. En natuurlijk niet te vergeten Oom Dagobert die, in het toen nog internet vrije tijdperk, zijn geld had opgeslagen in een groot pakhuis, compleet met duikplank, zodat de beste man zo nu en dan, hatseflats,  een duik kon nemen. Massa is kassa zal ik maar zeggen.

Het mooie was dat mijn moeder elk jaar een jaargang liet inbinden. Het resultaat waren dan twee lijvige boekwerken. Zij begon in 1961 en heeft dat jaren volgehouden. Een echt collecters item, al noemde mijn moeder ze zo niet. Deze boekwerken heb ik nog vaak eens gelezen, maar ik was niet de enige, want ook mijn kinderen en kleinkinderen deden dat. Maar het meest werden ze toch gebruikt als er een kind ziek was, dan werd het met liefde uitgeleend. Ik denk dat heel wat kinderen uit Arum, mijn geboortedorp, er plezier aan heeft beleefd.

Maar ja ze zijn door de tand des tijd natuurlijk wel een beetje aangetast natuurlijk. Nou ja, door de tijd, dat is met name mijn schuld geweest. Een aantal jaren stond er ook wekelijks sport tekeningen van Dik Bruynesteyn in. Als het voetballers waren, zeker die van Feyenoord, knipte ik die er uit. Of ik plakte ze in mijn voetbal album, of ik gebruikte ze als onderwerp voor het zogenaamde figuurzagen.

Dus jullie zullen begrijpen dat ik heel blij was met een brief van burgemeester Speksnuit waarin hij mij welkom heet met mijn korte abonnement op het vrolijke weekblad. Ik ga er zeker van genieten, maar of ik ze ga inbinden……….. ik denk het toch maar niet. Maar ik ben wel blij dat ik mijn Donald Duckie, al is het maar voor even, weer terug heb.

vrijdag 12 maart 2021

 In Krystferhaal

Dizze kear in Frysktalige blog en dat hat alles te krijen mei de priis dy’t ik foarige wike wûn ha. In ferhaal fan my is doe nammentlik keazen as beste Frysktalich redaksjestik fan doarp-, wyk- en stedskrantsjes yn Súdwest Fryslân yn 2020. Dit (kryst)ferhaal stie yn de doarpskrante De Koepel fan Wytmarsum. Omdat ik fan ferskate kanten fragen krigen ha oer dit ferhaal, ha ik besletten om dit ferhaal as blog te pleatsen. In protte lêswille tawinske mei myn Krystferhaal en it sjueryrapport.

It wie alle jierren wêroan in hichtepunt: it pakken fan de kryst­ferljochting fan'e souder. Sa'n âlde doaze mei gekleurde Philips krystlampkes. In griene doaze mei in krystbeam dêrop en in gol laitsjende krystman, dy't my freonlik útnoege by him oan te sko­wen.

Grutsk naam ik as jonkje dy doaze ûnder myn earm en wraksele de steile reade heechglâns trep ôf. Dy terpen dy't it omheech en omleech gean betiden ta in nuodlike saak makke; hy blonk net allin­nich as in spegel, mar wie ek like glêd.

As ik mei de hiele hûd en de doaze ûnder kommen wie, rûn ik troch it gonkje nei de keamer ta. Dêr stie er dan: de krystbeam.

Heit hie him mei leafde en tige kritysk yn in amer mei sân setten, wilens er de amer mei read papier omwuolle hie.

De lampkes moasten der earst yn. De ferdieling fan ljocht en kleur moast yn folsleine harmony wêze mei it beamke.

Ik stie dêr by en seach dêr nei. Sjen hoe't heit, as saakkundige, de beam langsum optúgde. Nei de ljochtsjes, kamen de slingers en as lêsten de ballen. Fan dy fine baltsjes, fûgeltsjes, húskes en krystman. Tear guod wie dat en fansels ferbean om oan te kommen.

Yn'e tuskentiid dreamde ik wei by dy âlde doaze sûnder kryst­ferljochting, mar mei de freonlike krystman, dy't mei oanseach as woe er sizze: it komt wol goed.

De lampkes gongen yn'e beam en der wer úthelle nei't bliken dien hie dat se dochs net krekt op it goeie plak hongen. Datselde barde mei de slingers en de ballen.

Al mei al wie heit al gau sa'n fjouwer oerkes yn't spier. Neffens my wie dat syn lokkichst momint fan it jier.

Hy sei nea safolle, myn heit.Ik ha my altyd ôffrege wat er sa al tocht. Want tinken die der in soad, dat kin hast net oars. Oeren koe er, ljurkjend oan syn pypke, yn syn stoel sitte foar him út te stoarjen.

Mar as er de krystbeam optúgde wie dat oars. Hy probearre my dan de geheimen fan it optúgen by te bringen; de grutte ballen ûnder en dan langsum omheech wurkje nei de lytsen ta. Alle jierren wêroan. Ien kearke mocht ik sels wat ballen op hingje. Ien kearke mar.

Ik krige it gefoel dat ik neat goeds die en alles op't ferkearde plak hong. Sûnt dy tiid wit ik ek wêr’t de siswize: "Jij weet er geen bal van" weikomt.

As de beam yn al syn hear en fear klear wie foar de minskheid, dan wie't yndied in pronkstik. Foaral as bern binne sels lytse dingen grut, dus hiene wy yn myn ûnthâld altyd in grutte krystbeam.

Ik woe sa ticht mooglik by de beam sitte, it leafst woe'k der yn krûpe, allinnich mar om dy lucht. Mei namme moarns as ik dan yn'e keamer kaam, koe de hiele rom­te follet wêze mei sa'n krystlucht. In lucht dy't it midden hold tusken bosk en kearskes. Hearlik!

Dat ha ik no noch. As ik earne yn in nullebosk omstrún, dan moat ik gewoan efkes rûke. Ik kin der neat oan dwaan, in kwestje fan gefoel. Dan wol ik dy lucht rûke dy't ik eartiids werkende as krystlucht. Mar tsjintwurdich is it krekt as dy krystbeamkes net mear rûke. Genetyske manipulaasje? Opfokt? Wa sil't sizze.

Ik bin yn elts gefal bliid dat ik dy âld doaze fan Philips fan myn heit krigen ha. Want al brâne de kleurde ljochtsjes al lang net mear, de lucht fan bosk en kearskes lûkt nea wer út it giel ferwurden karton wei en komt my elk jier wer yn'e mjitte: in hichtepunt fan't jier.

 

Sjueryrapport:

In persoanlik oantinken oan ’e krysttiid, dêr’t oandacht bestege is oan sfear en kontekst. Gebrûk meitsjend fan byldzjende taal om sa it persoanlike fan ’e situaasje werkenber en ynleefber te meitsjen. Subtyl wurdt hjir en dêr humor brûkt, it ferhaal rint en bliuwt luchtich. It fielt tagelyk nostalgysk oan mar ek oars as oars. It skynber ‘fertederjende’ fan in bern dat tegearre mei de heit in krystbeam optúcht. It foarmet foar beiden in bysûnder momint. En dochs sit der in ûnderlaach yn it stik ferskûle, dy’t de lêzer mei fragen efterlit.

vrijdag 26 februari 2021

 ‘Het hemd is nader dan de rok’ 

Eigenlijk is het te gek voor woorden natuurlijk dat onze beleidsmakers in Den Haag het prima vinden dat de landelijke verkiezingen gewoon door moeten gaan. Te gek voor woorden omdat  zowat de gehele middenstand zijn deuren gesloten moet houden of bij uitzondering klanten mondjesmaat mag toelaten vanwege de Corona, zoals bij de laatste persconferentie afgelopen dinsdag (mogelijk onder invloed van de naderende verkiezingen?) meegedeeld.

Ik vind het vreemd dat de verkiezingen gewoon door (moeten) gaan. Immers als je miljoenen kiezers aanzet om massaal naar de stembussen te gaan is de logica van dit besluit, wat voor de landelijke politiek nooit ter discussie heeft gestaan, natuurlijk ver te zoeken. Er zijn al burgemeesters geweest die deze onlogica (tevergeefs) hebben aangekaart.

Want hoe ga je dat dan doen? Je moet je wel kunnen identificeren bij het uitbrengen van je stem. Hoe zul je dat gaan doen met een mondkapje op? Ik heb nu al soms moeite om dorpsgenoten te herkennen in de winkel, laat staan de stembureauleden die continu kiezers aan hen voorbij zien trekken.

 En hoe ga je dat doen qua controle? Momenteel worden er proeven gedaan in theaters, congrescentra en voetbalstadions om met minder mensen iets te mogen organiseren. Natuurlijk moet je als je meedoet aan deze proeven eerst getest worden op Corona en wordt dat ook nadien gedaan. Even los van de vraag waarom men deze proeven niet eerder heeft gedaan, is het interessant  om dit vergelijken hoe dat zal gaan met de verkiezingen. Moeten alle kiezers vooraf en nadien getest worden? Dat zou natuurlijk wel moeten want de vaccinatie loopt ook nog steeds niet in de goede maat, maar het gebeurt niet! Waar is de logica in deze van het landelijk beleid?

Waarom niet digitaal stemmen? Was het niet Den Haag die bijna al onze middenstanders verplichte om uitsluitend digitaal hun waren aan te bieden? O ja, als je 70 jaar of ouder bent mag je over de post stemmen.  Niet dat ik iets tegen de post heb, maar onze overheid heeft schijnbaar de boot gemist met de digitale technologische ICT ontwikkelingen. Schijnbaar is men blijven hangen bij het versturen van appjes via de mobiele telefoons, zoals wij onze Kamerleden kunnen zien doen als er weer eens beraadslagingen zijn.

Ik begrijp werkelijk niet hoe je met droge ogen je burgers kunt verbieden om

-           niet meer dan één gast tegelijk thuis te mogen ontvangen,

-        de winkels die open mogen te verplichten een administratie bij te gaan houden waardoor men kan bijhouden en dus aantonen dat er maximaal 2 klanten in 10 minuten in het pand aanwezig zijn geweest

-           de horeca te verbieden om mensen op gepaste afstand op een terras te ontvangen

terwijl je vervolgens als overheid zelf  miljoenen kiezers uitnodigt,  cq. aanzet om, gespreid over drie dagen, naar de stembureaus te komen. Waarbij men je vriendelijk vraagt om dichtbij te gaan stemmen en niet tijdens de piekuren te komen.

Eigenlijk wil ik er niet teveel woorden aan vuil maken, laten wij het er op houden dat het hemd nader dan de rok is.  


dinsdag 15 december 2020

 Dat is nu ook Leeuwarden!

Sinds een half jaar pas ik maandags altijd op mijn kleindochter Mette die met haar ouders in Leeuwarden woont. Naast Mette eten geven, mee spelen, praten en op bed brengen, ga ik elke week ook met haar de stad in. Vaste prik is dan naar de Nieuwstad, een kuier van zo’n uur waarvan zowel Mette als ik ontzettend van genieten

We hebben dan een missie, namelijk het kopen van kaas voor mijn dochter en voor mijzelf. Omdat mijn dochter toch wel een specifieke wens had ten aanzien van haar kaas bestelling, een plat stuk iets meer dan jong belegen kaas, had ik dit in mijn telefoon gezet. Ik ken mijzelf goed genoeg om te weten dat ik dat nooit onthoud. De eerste twee keren dat ik kaas ging halen bij de kaas marktkraam van de familie Van Dijk, moest ik de boodschap lezen vanaf mijn telefoon. De derde keer kwam ik aanlopen en riep Herman de kaasboer: “Ik weet al wat jou he mutte!”. En inderdaad dat was het geval. En zo gaat dit week in week uit. De relatie tussen de kaasboer Herman en mijn persoon is al dusdanig dat ik ook al meld dat ik een keer niet kom. De man is mij daar zeer erkentelijk voor want: “Anders hat ik teugen myn frou seit, dat ik opa fandaach oek nyt sien hat’.  Heel bijzonder, zeker in een grote stad als Leeuwarden, maar het bestaat nog steeds!

Afgelopen maandag zetten Mette en ik opnieuw koers richting Nieuwstad, maar het werd een heel andere tocht dan dat ik gewend was. Want om één uur werd in een extra lang NOS journaal wel duidelijk dat ons het één en ander stond te wachten op het gebied van Corona maatregelen. Eén daarvan was het voor een bepaalde tijd sluiten van winkels zoals kledingwinkels, schoenenwinkels, sieradenwinkels en hobbywinkels. Supermarkten, bakkers, slagers en andere winkels waar levensmiddelen worden verkocht, kunnen wel openblijven, net als bijvoorbeeld apotheken, drogisterijen en tankstations.  En dat was niet tegen dovemansoren gezegd!

Toen ik met de wandelwagen de Nieuwstad opliep vanaf de kant van het theater de Harmonie, zag ik één brij van druk door elkaar lopende mensen druk gebarend en pratend, hoe anders dan op een ‘gewone’ maandagmiddag. Bovendien zag ik bij tal van winkels rijen voor de deur staan. Winkeliers deden wat zij konden om deze onverwachte toestroom in goede banen te leiden. Al deze taferelen deden mij denken aan H.G. Wells' roman ‘The War of the Worlds’.

Deze roman gaat over een invasie van marsmannetjes eind 19e eeuw en wordt verteld door een naamloze journalist die getuige is van de invasie. Het radio hoorspel van dit verhaal werd geactualiseerd naar 1938 en de locatie van de invasie werd veranderd in New Jersey. Welles besloot het verhaal van het boek te vertellen in de vorm van nieuwsberichten, die verslag deden van de invasie. Het hoorspel werd opgezet in documentairestijl.  Hij wilde zijn hoorspel zo realistisch mogelijk maken. Het 60 minuten durende hoorspel bestond voornamelijk uit nieuwsberichten die verslag deden van de Martiaanse invasie. Dit veroorzaakte paniek bij luisteraars, die dachten dat Amerika echt aangevallen werd. Maar gelukkig was het slechts fictie.

Maar op de Nieuwstad was het geen fictie! Het was net of iedereen nog iets wilde kopen voor het te laat was! Gedeeltelijk klopt dat wel, maar het gaat wel om iets tijdelijks. Zoals gezegd  deden de winkeliers uitermate hun best om de onverwachte toestroom in goede banen te leiden. Bewondering voor deze mensen, maar vreemd was dat ik geen handhaver en politieagent heb gezien. De heer Buma vertelde dan wel geschrokken te zijn van de toeloop van mensen in zijn stad, maar ik heb hem en zijn dienaren niet gezien.

Ook mijn kaasboer Herman had het tafereel met verwondering aanschouwd. “Eén uur wa ut op de radio en kwart ofer één kost hier al ofer de hoofden lope!”vertelde hij hoofdschuddend. Maar mijn bestelling had hij al weer klaar gelegd net als er niets aan de hand was. Mette en ik konden via de stille kant van de Nieuwstad onze terugreis weer aanvaarden.  Door alle drukte was ik haast vergeten te melden dat ik er volgende week niet ben. Herman deed zijn duim omhoog. Dat is nu ook Leeuwarden!


dinsdag 3 november 2020

 HET ZWIJGEN VAN MARIA ZACHEA

Gisteren las ik in de krant dat het boek ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ van Judith Koelemeijer is uitgeroepen tot het cadeauboek van de jaarlijkse leesbevordering actie ‘Nederland leest’ die loopt van 1 t/m 30 november. Ik kan niet anders zeggen dan dat een prima keuze is, het is gewoon een klasse boek!

Ik ben eigenlijk via puur toeval in aanraking met dit boek gekomen. Het toeval wilde dat één van de twaalf geïnterviewde kinderen uit het gezin Koelemeijer, Gerard, mijn buurman werd. Regelmatig zaten wij vrijdags, samen met zijn vriendin Rolina, te filosoferen over diverse dagelijkse en ondagelijkse zaken. Het bijzondere aan Gerard was dat hij voor wat betreft zijn eigen verleden kon verwijzen naar een boek en dat kan niet iedereen. Natuurlijk wilde ik dat boek, waar ik overigens nog nooit van had gehoord, lezen. En ik was onder de indruk!

Waar gaat het boek over? Het is 1989 en de moeder heeft een hersenbloeding gehad. Sindsdien hult zij zich in een mysterieus stilzwijgen. Niemand weet wat ze denkt of begrijpt. Haar twaalf volwassen kinderen besluiten om beurten voor haar te zorgen. Jarenlang zijn ze hun eigen weg gegaan. Nu brengt moeder hen weer samen. Acht jaar lang zit de moeder stil voor het raam. Steeds brozer en langzaam vergroeiend met haar stoel. Schrijfster Judith Koelemeijer raakte geïntrigeerd door het beeld van de zwijgende moeder - haar oma - en ging op zoek naar de geschiedenis van haar familie. Ze vroeg zich af wat de twaalf kinderen dachten over hun moeder, nu ze avond aan avond tegenover haar zaten. Wat wisten ze van haar? Wat wisten ze eigenlijk van elkaar? Hoe keken ze terug op hun gezamenlijke jeugd in de jaren vijftig en zestig?
Hun verhalen zijn onthullend. Want hoe dicht ze vroeger ook op elkaar leefden, de broers en zussen blijken elkaar nauwelijks te kennen. Iedereen hield zijn zorgen voor zichzelf en zweeg. En alle twaalf bewaren, zonder het van elkaar te weten, volstrekt andere herinneringen aan hoe het destijds was. In ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ vertellen ze elk hun eigen verhaal. ‘Het zwijgen van Maria Zachea’ is de voor velen herkenbare geschiedenis van een groot, katholiek gezin in tijden die razendsnel veranderden.

Schrijfster Judith Koelemeijer (1967) is journalist, o.a. voor de Volkskrant. In ‘Het zwijgen van Maria Zachea’, beschrijft ze de familie van haar vader: acht broers en vier zussen, geboren tussen 1934 en 1953 in het Zaanse dorp Wormer. Alle twaalf durfden het aan om zich te laten uithoren door hun nichtje en dochter, in lange en openhartige gesprekken. Judith Koelemeijer componeerde van hun herinneringen een bijzonder tijdsdocument, waarin velen zich zullen herkennen.

Volgens een recensie van Hanneke Groenteman een spannend, subtiel en ontroerend geschreven boek. En dat kan ik volledig onderschrijven! Dus snel naar je bibliotheek!

zaterdag 1 augustus 2020


Hoe Amstel uit Witmarsum verdween

Het is alweer heel wat jaren geleden dat een zekere Johannes met zijn vrouw in Witmarsum woonden. Er zijn eigenlijk geen Witmarsummers die weten dat deze Johannes hier gewoond heeft. Ik kwam er bij toeval achter. Maar ja dat bijna niemand het weet is eigenlijk ook geen wonder, want het is en blijft een zwarte bladzijde in de geschiedenis van het dorp Witmarsum. Een episode die iedereen vanwege de schaamte zo snel mogelijk wilde vergeten

Johannes en zijn vrouw woonden toentertijd, we spreken nu over 1870, aan de zogenaamde Oude Weg. Hij bleek (achteraf) een pionier te zijn op het gebied van het brouwen van pilsener en later bockbier. Hij bestierde een kleine brouwerij, mar ergens leefde in hem de droom om ook eens iets anders of iets nieuws te maken. Zo was hij al jaren aan het experimenteren met allerlei mouten. Tot op een goede, maar naar later bleek een kwade, dag hij een brouwsel brouwde wat uniek was in zijn soort. Samen met zijn vriend Charles, die in Amsterdam een kleine brouwerij bezat, vroegen en kregen ze octrooi. Omdat het een stevig biertje was noemde ze het Bockbier.
Maar dat betekende dat hij moest uitbreiden en volgens de zgn. Duitse methode wilde gaan werken. In Duitsland immers woonden de echte vaklui. Hij moest dus personeel uit Duitsland gaan halen wilde hij de kwaliteit van zijn nieuwe vinding garanderen.

Hij vertelde het grote nieuws aan de dorpsraad (tegenwoordig zou men dorpsbelang zeggen) en ontvouwde zijn plannen. De dorpsraad was enthousiast, want het was immers een boost voor de lokale economie en zou het dorp op de kaart zetten. Maar de bewoners aan de Oude Weg waren iets minder enthousiast. Zij zagen allerlei bezwaren zoals en wenden zich tot de Grietman van de toenmalige gemeente Wûnseradiel. Maar men vond geen gehoor bij de Grietman. Naast het feit dat hij grote kansen zag voor de Witmarsummer economie, was de goede man ook een ontzettend liefhebber van Johannes zijn bier.

Johannes kon dus verder gaan met zijn plannen, maar wilde ook de vrede met zijn buurtgenoten bewaren. Daarom stelde hij een compromis voor. De ene helft van het personeel zou hij uit Duitsland halen en de andere helft zouden Witmarsummers zijn. Een bijkomend voordeel was dat dezen het vak van brouwer konden leren van vaklui. Het overgrote deel van de bewoners aan de Oude Weg vonden dit een uitstekend idee en trokken hun bezwaren in.

Maar niet iedereen. Er bleven toch een paar faliekant tegen. En al hadden zij dan ook geen poot om op te staan, toch bleef men Johannes dwars zitten. Zo vond men het nodig om regelmatig de veldwachter te instrueren om naar de brouwerij te gaan omdat men dacht iets verdachts te hebben gezien. Toen deze acties maar bleven doorgaan had Johannes zijn vriend en kompaan Charles al eens aangeboden om naar Amsterdam te komen en daar samen met hem het bier verder te exploiteren. In eerste instantie wilden Johannes en zijn vrouw hier niets van weten, maar toen de nare acties bleven doorgaan besloten zij om het aanbod van Charles aan te nemen en naar Amsterdam te verkassen. Toen hij dat bekend maakte aan de Witmarsummers schrokken de mensen. Hoe was dit mogelijk? Kon dit niet anders? Maar het besluit was gevallen en Johannes en zijn vrouw vertrokken naar Amsterdam.

En in de brouwerij aan de Amstel ontwikkelden Charles en Johannes een bier imperium met hun merk Amstel. Daarom zal de dag dat Johannes met zijn merk Amstel uit Witmarsum verdween altijd een zwarte bladzijde blijven. Gelukkig dat zo iets tegenwoordig niet meer kan gebeuren………