vrijdag 1 mei 2020


Fryslân’s soan 1 -  Inleiding

Het is niet voor niets dat vandaag op de 1ste mei, de dag van de arbeid, de eerste aflevering  van het liedjesprogramma ‘Fryslân’s soan’ online komt. Maar laten we eerst eens beginnen hoe ik op het idee kwam en wie nu eigenlijk de bedenkers en uitvoerders zijn.

Een tijdje geleden bestelde iemand bij mij de CD “Fryslân’s soan” van de Wim Beckers Groep. Op deze, in 1987, uitgebrachte LP en CD staan ook de liedjes uit het programma “Fryslân’s soan”, over leven en werk van de Friese dichter en staatsman Pieter Jelles Troelstra. Normaal gesproken beluister ik eigenlijk zelden of nooit mijn eigen uitgebrachte muziek, maar deze liedjes had ik een hele tijd al niet gehoord. Al luisterend kwam ik op het idee om een serie blogs te schrijven over dat programma met een viseo er bij van de liedjes. Eigenlijk het toenmalige programma opnieuw uitvoeren, alleen nu digitaal. Zo gezegd en zo gedaan. In deze eerste aflevering een korte beschrijving over de Wim Beckers Groep.

In 1981 maakte ik mijn debuut als Fries(talig) volkzanger op het folkfestivial 'Frentsjip' te Franeker. De reacties waren dusdanig positief dat ik besloot door te gaan op het ingeslagen pad van de Friestalige volksmuziek en het top-40 werk, waar in ik tot dan aan toe actief was geweest, vaarwel te zeggen.
Spoedig maakte ik kennis met accordeonist, gitarist en banjospeler Cees Bouma uit Leeuwarden. Als duo trokken wij door de provincie, maakten radio opnames bij Omrop Fryslân en traden op op diverse festivals. Eén van die festivals was het Straatfestival te Leeuwarden. In juli 1982 vroeg dwarsfluitist Bart Wijnen, eveneens afkomstig uit Leeuwarden, of hij eens mee mocht spelen. Deze samenwerking beviel zo goed, dat besloten werd gedrieën door te gaan.


Het aantal optredens groeide gestaag, zeker toen bijna geheel Nederland tegen de kernbewapening demonstreerde. Het repertoire van ons drieën sloot naadloos aan bij deze onlust gevoelens. Dat het ons voor de wind ging, werd ook opgemerkt door platenmaatschappij Universe van Wobbe van Seyen. Deze bracht in 1983 de eerste LP, onder de titel Bart, Wim & Cees op de markt. De recensies waren prima en de verkoop verliep goed, zeker door de vele optredens die wij afwerkten.

Maar de aspiraties gingen verder. Vooral vocaal wilden we de mogelijkheden verder uitbouwen en werd Marijke Feenstra (geboren en getogen in Witmarsum) gevraagd om zich bij ons te voegen. Onze stemmen pasten prima bij elkaar. Maar ook muzikaal werd er verder gebouwd. Met de komst van Jan Ottevanger als bassist/tubabespeler, was de Wim Beckers Groep pas echt compleet
Er werd ook een begin gemaakt met een liedjes programma, thematisch ditmaal. Hoofdpersoon was Pieter Jelles Troelstra, Fries dichter en staatsman met een enerverend leven wat genoeg inspiratie boven bracht om een programma van te maken. Ik was niet alleen van huis uit (ik kom uit een zgn. rood gezin) in de ban geraakt door de persoon van Troelstra, maar ook door het toneelstuk ‘Triljende ierde’ waar de Friese acteur Freak Smink een onvergetelijke Troelstra neerzette. De teksten waren van mij, terwijl Cees, Bart en ik gedrieën voor de muziek tekenden, wat overigens ook al bij de eerste LP het geval was geweest. Let vooral eens op de schitterende arrangementen die Cees en Bart schreven!

Ook dit programma werd op LP uitgebracht en wel in 1987. Op 9 januari 1988 maakt de groep zijn tv-debuut bij de NCRV. Omdat het uitkomen van deze LP samen viel met de opkomst van de CD, werd de LP in 1993 ook op CD uitgebracht
Het uitkomen van deze CD was tevens de afsluiting en het einde van één van Frieslands bekendste folkbands. De Wim Beckers Groep had meer dan 10 jaar diverse podia in binnen en buitenland (o.a. Denemarken) afgereisd. Wat rest zijn goede herinneringen waarvan 2 LP's en 2 CD’s de getuigen van zijn.
Om alvast in de stemming te komen een korte samenvatting, zeg maar kakafonie van de liedjes uit het programma. Maar wees gerust in de volgende 9 afleveringen kun je alle leidjes apart beluisteren en downloaden als je dat wilt. https://youtu.be/49PKsVvxrVQ

Ter nagedachtenis aan Bart Wijnen (13/2/1957 – 31/8/2015)

Wordt vervolgd: zondag 3 mei de volgende aflevering: Arbeider anno 1860

woensdag 15 april 2020


Het Café van Tante Leen
In mijn vorige blog kondigde ik min of meer al aan dat ik verslag zou doen van mijn visite met mijn grootvader aan Café Royal aan de Nieuwendijk. In de volksmond beter bekent als het café van Tante Leen. Tijdens één van mijn logeerpartijen bij mijn grootvader en tante Katrien, moesten en zouden wij een bezoek brengen aan eerder genoemd café, niet alleen om plezier te hebben, maar ook om te genieten van optredens van Tante Leen en Johnny Jordaan. Persoonlijk zat ik er toen niet echt op te wachten, maar goed je bent jong en je moet wel eens het één en ander. Volgens tante Katrien zou dit zeker een positieve uitwerking hebben op mijn pedagogische en muzikale ontwikkeling. Het zal dacht ik.
Maar wie zijn nu eigenlijk Tante Leen en Johnny Jordaan? Tante Leen trad pas op 43-jarige leeftijd voor het eerst op. Daarvoor verdiende ze de kost als schoonmaakster. Kennissen van haar schreven haar in voor een talentenjacht die platenmaatschappij Bovema had uitgeschreven om de Beste Stem van de Jordaan te vinden. Ze behaalde de tweede plaats achter Johnny Jordaan. Tante Leen trad vaak op samen met haar goede vriend Johnny. Haar grootste hit had ze met het nummer Oh, Johnny, dat gericht is aan Johnny Jordaan. Zij beëindigde haar zangcarrière in 1975 en bracht de laatste jaren van haar leven door in een verzorgingshuis. Op 5 augustus 1992 overleed zij.
Johnny Jordaan werd geboren in de Amsterdamse Jordaan, was een volle neef van Willy Alberti (vader van Willeke). Vanaf hun achtste zongen de twee neven samen op straat en in cafés liederen. De naam Johnny Jordaan gebruikte hij vanaf zijn veertiende, toen hij in zijn vrije tijd bleef zingen. Omdat hij een talentenjacht won mocht hij een single uitbrengen. De Parel van de Jordaan met op de B-kant Bij ons in de Jordaan De single verbrak alle records en hij was opeens een nationale beroemdheid. Op 8 januari 1989 overleed hij op 64-jarige leeftijd. In 1994 werden voor Johnny Jordaan en Tante Leen borstbeelden opgericht op het pleintje aan het begin van de Elandsgracht.


Maar goed, op een zomerse avond trokken mijn grootvader, tante Katrien en mijn persoon richting Nieuwendijk waar tante Leen haar café gevestigd was. De muziek hoorde je al van ver en welde behoorlijk aan toen wij door de open staande deur gingen. Ik was nog maar net binnen of was al verwikkeld in één of andere polonaise, waar geen ontkomen aan was. Ik was beland in een hok vol met luid kakelende ouwe mensen die, onder het genot van een drankje(s), de meeste lol schenen te hebben. En dan die muziek! Ik was van de beatmuziek en dus paste dit genre allesbehalve in mijn straatje.
Eén of andere man stond achter de bar, terwijl ik daar toch Tante Leen had verwacht. Maar na een klein half uurtje verschenen Tante Leen en Johnny Jordaan vanachter de tap. Een oorverdovend gejuich steeg op! Tijdens hun opkomst werd luidkeels de evergreen ‘Bij ons in de Jordaan!’ gezongen. Nimmer had ik zo’n uitzinnige groep mensen mee gemaakt en ik stond er middenin. Het ene na het andere Mokumer lied werd met veel overtuiging en emotie door beiden naar voren gebracht. En de aanwezigen smulden, terwijl ik moest denken aan de hit van Johnny Hoes ‘Och was ik maar bij moeder thuisgebleven!’. 
Maar ja daar was het nu te laat voor. Het werd al met al een wonderbaarlijke avond, zo zag ik mijn grootvader bewegingen maken waartoe ik hem (hij was een vrij gezette man) nooit toe in staat had geacht. Hij kon zelfs zingen! Na enkele uurtjes gingen wij weer huiswaarts, waarbij mijn grootvader mij vroeg: “Wat vond je er van?”, waarop tante Katrien alvast antwoord voor mij gaf: “Die jonge heb genoten!”. Het zal dacht ik.
Een aantal keren per jaar komen wij in Amsterdam. Al ben ik dan ook Feyenoord fan, ik heb gewoon een zwak voor die stad. Dan wandel ook weer door de Jordaan en denk dan terug aan mijn café bezoek wat ik toen vervelend vond, maar nu als een dierbare herinnering koester.

Twee linken naar Tante Leen en Johnny Jordaan:

dinsdag 7 april 2020

Sons of Adam & The Triffits

Je zult je misschien afvragen wat de ‘Sons of Adam & The Triffits’ zijn. Als je dat wilt weten neem ik je mee naar het Amsterdam in 1967.

Mijn grootvader Feike woonde toen met zijn tweede vrouw, Tante Katrien, een echte Jordanees, in Amsterdam. Ja, en een echte Jordanees woont natuurlijk in Amsterdam en dus maakte mijn grootvader de switch van het dorp Arum naar de wereldstad Amsterdam.
Ik vond dat geweldig interessant, want zeker in de sixties was Amsterdam ‘the place to be’. Een paar jaar achtereen ging ik in de zomervakantie bij mijn grootvader logeren.

Maar voordat ik af kom reizen naar mijn vakantiebestemming, moest ik eerst natuurlijk vakantiewerk doen. In mijn geval bij mijn buurman Luitsen Feenstra die o.a. tulpenbollen verbouwde. Van het verdiende geld kocht ik die zomer een zgn. koffer pick-up. Een platenspeler van Philips, waarbij de speaker verwerkt was in het kofferdeksel.
Ik kreeg er een LP bij van The Schorpions met o.a. ‘Hello Josephine’. Zelf kocht ik er een single bij van The Hepstars (met de twee mannelijke leden van het latere Abba) met ‘Sunny Girl’. Ik kwam er al snel achter dat het kopen van platen best een dure hobby was.
Maar het kon ook anders, want toe ik die zomer met mijn grootvader het (oude) Waterloplein bezocht lagen daar 10 singles voor 5 gulden! Nou die vond je niet in de muziekzaak van Roukema in Harlingen.

Er was wel een klein nadeeltje, want de singles waren vacuüm verpakt per 10 zodat je alleen kon zien wat de bovenste en de onderste single was. Omdat boven op één stapel een single lag met een leuke hoes nam ik die stapel van 10 mee.
Het was de hoes van de single ‘Stay’ van de The Triffits. The Triffits waren een band uit Amsterdam-Oost (net als Wally Tax & The Outsiders) halverwege de jaren zestig toen er in het hele land veel "beatgroepen" waren. Ze brachten een single uit in 1966. Het is een zeer zeldzame. Dit nummer heet "Stay" en het is de keerzijde voor "Too much monkey-business".

Toen we thuiskwamen haalde ik de vacuümverpakking van de singles af en kwam zo ook de single ‘Tomorrow’s gonna be another day’ van The Sons of Adam tegen. The Sons of Adam, oorspronkelijk een surfrock en instrumentale groep uit Amerika, werd in 1962 opgericht. Halverwege de jaren zestig werd de band een vaste waarde in de Sunset Strip-muziekscene. De band bracht verschillende singles uit. Het repertoire van de band werd volledig gedomineerd door surfinvloeden. Ik was in mijn nopjes meet die beide singles, die ik overigens beiden nog steeds heb.

En die overige acht dan? Nou om eerlijk te zijn heb ik daar geen één meer van. Ik vraag me zelfs af of ik ze überhaupt wel heb meegenomen naar Friesland. Want op ‘Het hijgend hert der jacht ontkomen’ en het door de Zangeres zonder naam gezongen: ‘Achter in het stille klooster’ waren nou niet direct liedjes waar ik warme gevoelens bij kreeg.
“Nee”, zei tante Katrien in het plat Amsterdams, “dat begrijp ik wel jonge. We nemen je deze vakantie mee naar een plek waar echt goeie muziek wordt gemaakt! We gaan naar de kroeg van Tante Leen! En misschien is Johnny (Jordaan) er ook wel! “
Toen wist ik het al: het hijgend hert mocht dan aan de jacht ontkomen zijn, maar aan deze jacht zou ik niet ontkomen. Maar daarover later meer.

Links:
Sons af Adam: https://www.youtube.com/watch?v=VSGb2Zmi0vk

woensdag 5 februari 2020


Grootvaders klok
Mijn Grootvaders klok was een deftige klok
Met haar uurwerk zo goed en secuur
En zij liep zo geregeld, want al negentig jaar
Verkonde haar stem reeds het uur

Dat zijn de eerste vier regels van het lied ‘Mijn Grootvaders klok’ wat in de jaren 50 een hit was van de bekende Nederlandse zanger Max van Praag. Het lied werd geschreven door de Amerikaan Henry Clay Work [1832-1884] en werd vertaald door Johan uit den Boogaard.
Ik moest aan dit lied denken toen ik vorige week mijn berging aan het opruimen was en een oude foto van mijn (over)grootsvaders klok vond. Mijn overgrootvader, Anne Bergsma (1868-1962) was landarbeider, maar repareerde en maakte daarnaast in zijn vrije tijd (evenals zijn zoon en dus mijn grootvader) zelf klokken.
De klok die jullie op de foto zien is wel zijn meesterwerk. Van bij elkaar gespaard eiken hout en botjes van vee, maakte hij de Arumer kerk als klok. Mijn overgrootvader werd geboren in Arum en heeft daar het grootste deel van zijn leven gewoond.
De klok was drie meter hoog en paste net in de woonkamer. Het knappe van dit enorme bouwwerk is dat het niet alleen een klok is, maar ook inzicht geeft in het zon en maan stelsel, het weer en waterstanden. Eigenlijk is het een planetarium in het klein. De laatste keer dat ik deze klok gezien heb was bij een zus van mijn grootvader, waar hij ook in de woonkamer stond. Met dien verstande dat het bovenste stuk (herkenbaar als de Arumer toren) er niet op stond gewoon omdat dit qua hoogte niet paste. Ik heb de klok al jaren niet meer gezien en ben benieuwd waar hij zich nu bevindt. Wie zal het zeggen?
Het lied ‘Mijn Grootvaders klok’ gaat kort gezegd over Grootvaders klok die negentig jaar bleef tikken, maar voorgoed stil bleef staan in de nacht van (de grootvader) zijn overlijden. Maar dat gaat zeker niet op voor mijn overgrootvaders klok, want Anne Bergsma leverde natuurlijk uitsluitend vakwerk, dus ik ben er van overtuigd dat hij nog altijd loopt…….. als een klok dus!

dinsdag 17 december 2019


Meestal zit er een bepaalde gedachte en/of idee achter gemeentelijk beleid. Vragen als: Waarom doe je iets? En waarom doe je het juist op die manier? En wat is de meerjaren prognose? Of anders gezegd: waar wil je als gemeente nu en in de toekomst naar toe?

Ik kom regelmatig in Sneek en stuitte daar wel op een wel erg vreemd parkeerbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Op het Veemarktterrein, Flexaterrein en Bolswarderpoort in Sneek kun je namelijk op een gedeelte van het terrein gratis parkeren. Op de terreinen wordt met borden aangegeven op welk gedeelte je wel moet betalen. Op dat gedeelte staat ook een parkeerautomaat. Bovenstaande schijnt onderdeel te zijn van het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân.

== foto Bolswarderpoort ==

Je gaat natuurlijk niet op een parkeerplek staan waar je moet betalen, terwijl je op het zelfde parkeerterrein een stukje verder gratis kunt parkeren. Bovenstaande foto geeft een prima beeld wat voor situatie je dan krijgt: het betaalde gedeelte is leeg, terwijl het gratis gedeelte (zeer begrijpelijk) helemaal vol staat. Een situatie die zich zowel op het Veemarktterrein, Flexaterrein en Bolswarderpoort voordoet

Ik was benieuwd welke beleidsgedachte hier achter zat en toog dus naar de gemeentelijke website om kennis te nemen van het nieuwe parkeerbeleid van de gemeente Súdwest-Fryslân. Meestal vind je dan enige uitleg over het beleid, zo niet in de gemeente Súdwest-Fryslân! Op de gemeentelijke website staat hierover te lezen: Op het Veemarktterrein, Flexaterrein en Bolswarderpoort (Sneek) kun je op een deel van het terrein gratis parkeren. Op de terreinen wordt met borden aangegeven op welk deel je moet betalen. Op dat deel staat ook een parkeerautomaat’. En daar moet je het dan mee doen.

Maar de gedachte achter deze (on)logica ontbreekt ten enen male. Wat is de gemeentelijke gedachte achter het gedeeltelijk wel of niet betalen voor parkeren? Daar moet toch een gedachte achter zitten? Je moet dat toch uit kunnen leggen? Zo ja, waarom doe je dat dan niet?
Schijnbaar vinden de parkeer beleidsmakers dat niet nodig. Jammer, want dat roept bij mij direct vragen op als: Waarom wordt dat niet gedaan? en Zit hier soms een addertje onder het gras? Is het een overgangsbeleid wat na een tijdje resulteert in het overal moeten betalen voor parkeren? Of is dat ‘bad-thinking’ van mijn kant?

Misschien kan een gemeentelijke verkeersdeskundige de logica van dit parkeer beleid in de gemeente Súdwest-Fryslân nog eens duidelijk uitleggen? Misschien een goed voornemen alvast voor het nieuwe jaar?

zondag 1 december 2019


Wachtgeld? Hé wacht eens even!!

“Dijkhof onder vuur vanwege wachtgeld”, dat stond deze week in de krant. Het blijkt dat één van onze volksvertegenwoordigers naast zijn riant salaris als kamerlid ook nog eens een slordige € 37.000,00 ontvangt aan wachtgeld omdat meneer een tijdje heeft geacteerd als staatssecretaris en (4 weken) als minister in het kabinet Rutte 2. Schandalig! Maar helaas is Klaas Dijkhof van de VVD niet de enige.
(bron Leeuwarder Courant)
Toen ik dat las was ik met stomheid geslagen! Hoe is het mogelijk dat kamerleden dit soort van ‘misbruik maken van’ met een stalen gezicht kunnen (blijven) doen en dat schijnbaar ook nog heel normaal vinden. Onvoorstelbaar wordt het als je weet dat het ook nog legaal is.

Daar zou je je natuurlijk achter kunnen verschuilen, maar dan nog! Je hebt toch je eigen algemeen geldende norm en waarden en verantwoordelijkheden, zeker als voorbeeldig kamerlid.

Want wat te denken van mensen die buiten hun schuld om werkloos zijn geworden en zijn aangewezen op een uitkering, waarbij, wil je daarvoor in aanmerking komen, je hele hebben en houwen op tafel moet leggen. En o wee als je iets vergeet op te geven, dan krijg je geen of minder geld. Maar nog meer o wee als je wat zou bijverdienen. In dat geval wordt een bijverdienste veelal in zijn geheel afgetrokken van je uitkering. Je zou eens een tientje teveel kunnen ontvangen! Dat past niet bij ons arbeidsethos.

Onvoorstelbaar dat er politici zijn die met een stalen gezicht legaal misbruik maken van overheidsgeld terwijl dat veel beter besteedt kan worden in andere sectoren. Want al zal de wet het toestaan, toch zou je als politicus voldoende fatsoen, waarden, normen en principes moeten hebben om hiervoor te bedanken. Gelukkig zijn er ook Kamerleden die dat doen en die bedankten voor wachtgeld zoals Lodewijk Asscher, Lilian Ploumen, Mark Habers. Soms bedenkt men het zelf niet maar moet een eigen fractie de persoon in kwestie er op wijzen, zoals in het geval van Groen Links kamerlid Isabelle Diks, die het ontvangen wachtgeld terug zal storten.
Maar schijnbaar werkt dat helaas niet bij alle kamerleden zo en maken deze dankbaar gebruik van de mogelijkheden. En ik maar denken dat dit soort van lieden een voorbeeld functie hadden......

Maar wie weet zou één van de misbruikmakers (hoe legaal dan ook) het goede voorbeeld kunnen geven door te vertrekken om eens goed na te denken over hun zonden en mogelijke bijstellingen van hun normen en waarden. Wachtgeld? Hé wacht eens even, maar dan wel zonder wachtgeld natuurlijk, want dat hebben ze al eerder ontvangen toch!

Maar weet je wat eigenlijk het meest vreemde is? Dat wij ons er maar één dag druk over maken en vervolgens gewoon weer verder gaan zonder enige actie te ondernemen. Of zijn we gewend geraakt aan het gegeven dat politici zaken verzwijgen, niet hebben gehoord of extra inkomen verwerven betaald door de gemeenschap.

zondag 3 november 2019


Het bekende lied “Mens durf te leven!” wat in november 1917 is geschreven door Dirk Witte en in datzelfde jaar voor het eerst op een podium werd gezongen door de legendarische zanger Pisuisse, vormde de toegift van de theatervoorstelling ‘Dubbel en Dwars – 30 jaar Dolly Bellefleur’. Samen met mijn vriendin Pleunie en onze vrienden Kees en Rop, hebben wij deze voorstelling op vrijdag 1 november j.l. bijgewoond in een uitverkochte Mary Dresselhuyszaal in het De La Martheater in Amsterdam.

Als je mij een tijdje geleden had gevraagd of ik weleens van Dolly Bellefleur had gehoord dan had ik ontkennend moeten antwoorden. Totdat Pleunie mij vroeg mee te gaan naar een voorstelling van Dolly en ik mij ging verdiepen in de persoon van Dolly.

Dolly Bellefleur is het alter ego van cabaretier en tekstdichter Ruud Douma. Als boegbeeld van de LHBT+ (= een van oorsprong Engelse afkorting die staat voor lesbian (lesbisch), gay (homoseksueel), bisexual (biseksueel) en transgender) beweging vraagt Dolly al 30 jaar op haar geheel eigen wijze aandacht voor mensenrechten in het algemeen, en de acceptatie van LHBT+ in het bijzonder. Voor haar tomeloze inzet werd zij in 2012 verkozen tot Roze Lieverdje en mocht ze in 2014 uit handen van Eberhard van der Laan de Andreaspenning van de stad Amsterdam ontvangen. Je mag haar met recht één van de bekendste drag queens van Nederland noemen.

De bezoekers werd een prima voorstelling voorgeschoteld. Enerzijds scherpe kritische teksten die in een in goede harmonie werden afgewisseld door heel gevoelige teksten, waarbij Dolly begeleid werd door een prima band! Al met al was de voorstelling een mooie mix van satire en ernst en dat alles in een prima evenwicht. Voor mij was de allesoverheersende boodschap van de voorstelling: Mens durf (dubbel en dwars) te leven! Wij hebben genoten!

Persoonlijk heb ik altijd grote bewondering voor mensen die hun eigen weg gaan en zich weinig aantrekken van wat anderen daarvan wel of niet zullen zeggen. En dat gevoel had ik ook bij de jubileumshow van Dolly Bellefleur.
Bovendien blijkt dat de meer dan 100 jaar geleden geschreven tekst van Dirk Witte niets heeft ingeboet aan actualiteit, dus: Je leeft maar heel kort, maar een enkele keer. En als je straks anders wilt kun je niet meer! Mens, durf te leven!
Eén van de liedjes in het programma was het monumentale lied: Het homomonument: https://www.youtube.com/watch?v=Vxiu-Jnl7WA