zondag 10 mei 2020


Fryslân’s soan 6 -  De 12 apostels

Pieter Jelles Troelstra ging zich als advocaat steeds meer inzetten voor arbeiders die onrecht werd aangedaan. Dat deze zaken weinig of geen inkomsten opleverden deerde hem niet: Ik moet! Het is mijn roeping! Zoals hij tegen zijn vader had gezegd.
Pieter Jelles had in Leeuwarden een contract gesloten met de jonge socialistische advocaat Bleckman. Deze stelde voor het advocatenkantoor te verhuizen naar Amsterdam. Troelstra voelde daar wel voor omdat men hem in Friesland steeds meer dwars ging zitten.
En zo vertrok hij in 1893 vol goede moed en strijdlust naar Amsterdam. De dichter in hem was al gezwegen, de strijder vocht niet meer voor de volkstaal, mar voor de verheffing van een miljoen tellende volksklasse. Uit een provincie met wijde verten kwamen Pieter Jelles en zijn gezin in een stad met oude, statige huizen en grachten, waar de weelde door een klein gedeelte gekend was, maar het grootste deel van de bevolking vaak onder erbarmelijke omstandigheden moet leven en werken.

Een andere grote naam binnen de socialistische beweging van toen was Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Deze voormalige predikant kon bulderend het grootkapitaal verfoeien. Liefkozend werd hij in Friesland ‘ús ferlosser’ genoemd. Domela was de voorman van de Sociaal-Democratische Bond (SDB). Dat was ook de partij waar Pieter Jelles zich in eerste instantie aangetrokken toe voelde. Echter mede omdat Domela steeds verder de anarchistische kant uit ging, besloten een twaalftal heren, men noemde ze de twaalf apostelen, een andere weg te kiezen.

Deze twaalf apostelen waren de oprichters van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). De SDAP was een Nederlandse politieke partij van voor, tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. De SDAP werd op 26 augustus 1894 opgericht in Zwolle als alternatief voor de Sociaal-Democratische Bond (SDB) van Domela Nieuwenhuis.
Het lied ’12 apostelen’ is te beluisteren en te downloaden via: https://youtu.be/xmKAqoOgi5I


Wordt vervolgd: woensdag 12 mei de volgende aflevering – Nynke fan Hichtum


vrijdag 8 mei 2020


Fryslân’s soan 5 -  De brek

Vader Jelle had hele duidelijke plannen met zijn zoon. Maar Pieter Jelles ging zijn eigen weg. Hij stortte zich volledig op de Friese literatuur en verbleef in kringen van o.a. de eerder genoemde Oebele Stellingwerf, die absoluut niet in de toekomstvisie van vader Jelle pasten.
Veel meer was er al door vader Jelle een pad geëffend voor zijn zoon bij de belastingen en in de eigen verzekeringsmaatschappij ‘Neerlandia’.
Maar hier zou niets van terecht komen, sterker nog, het kwam tot een breuk (brek) tussen vader en zoon.
De directe aanleiding was de Dag van de Arbeid (1 mei viering) in 1889. Deze zou ook voor het eerst in Leeuwarden georganiseerd worden, wat een grote onrust veroorzaakte onder de bourgeoisie, waar ook vader Jelle bij hoorde.

Pieter Jelles bezocht de meeting en was diep onder de indruk: zijn hart was bij deze mensen met hun socialistische overtuigingen! Bij thuiskomst kon hij zijn enthousiasme niet onder tafel en stoelen steken en zei tegen zijn vader dat de meeting een groot succes was geweest en gaf ook ironisch aan dat de bange burgerij zich voor niets zorgen had gemaakt. Vader Jelle kon het niet laten om een denigrerende opmerking over de meeting en zijn deelnemers te plaatsen, die het bloed van zijn zoon deed koken. Het ging hard tegen hard waarbij vader Jelle zijn zoon verweet dat hij sympathiseerde met de socialisten, de opstandelingen. Aan de andere kant kreeg vader Jelle van zijn zoon een groot aantal schimpscheuten over de upper-class om zijn oren. Waarop vader Jelle zijn zoon toebeet dat hij zijn gezin verwaarloosde en de kansen die hem geboden werden verwierp. “Ik zal je onterven!!” schreeuwde hij ten einde raad. Het scheelde niet veel of vader Jelle had zijn zoon in zijn dolle drift zijn zoon aangevallen.
Toen beiden weer wat gekalmeerd waren zei Pieter Jelles: “Ons ongeluk is dat wij teveel met elkaar gemeen hebben. Als ik jong was geweest in uw tijd dan zou ik liberaal geworden zijn. Als u jong was geweest in mijn tijd, dan had de kans bestaan dat u zich aan de kant van de arbeiders had geschaard. Denk niet, vader, dat ik die zaak ooit ontrouw zal worden. Ik moet! Het is mijn roeping!” De breuk tussen vader en zoon was een feit.

Het lied De brek kun je beluisteren en downloaden via: https://youtu.be/2XmPE7444ww

Wordt vervolgd: maandag 11 mei de volgende aflevering – De 12 apostels

woensdag 6 mei 2020


Fryslân’s soan 4 -  Alde Foekje fan Heech

Pieter Jelles had in Stiens kennis gemaakt met de Friese taal. Zij gevoel voor het Fries en daar daadwerkelijk iets mee te gaan doen werd versterkt toen hij Onno Sytstra, een jonge onderwijzer, leerde kennen. Onno was de zoon van Harmen Sytstra, ook onderwijzer, die zich had ingezet voor de Friese taal en literatuur. Deze man was een zeer strijdbare man geweest en was één van de oprichters van het Frysk Selskip voor Fryske taal en skriftkennis.

Hij werd als schrijver en dichter zeer gewaardeerd. Zijn werk steeg hoog boven de middelmaat uit, maar was wel volksaardig. Deze man sprak Troelstra sterk tot zijn verbeelding. Sytstra’s zoon Onno trad in zijn vaders voetsporen, maar kon niet het niveau van zijn vader behalen. Zowel Onno alsook Pieter Jelles schreven beiden gedichten en lazen die aan elkaar voor.
Beide jongelingen waren allesbehalve tevreden met het peil van de Friese literatuur en besloten daarom een dichtbundel uit te geven die de titel ‘It Jonge Fryslân’ moes krijgen. Ook andere jongeren moesten daar aan meewerken. Zo kwam Pieter Jelles in contact met Oebele Stellingwerf, die ook een gedreven strijder was voor sociale gerechtigheid, algemeen kiesrecht, geheelonthouding en antimilitarisme.
Ook sloot o.a. de later zeer bekende schrijver Tjalling Eeltjes Halbertsma zich bij hen aan. De uitgave van de dichtbundel werd verwezenlijkt.



Pieter Jelles bestede nu al zijn tijd aan de Friese cultuur en aan zijn eigen dichtwerk. Dit resulteerde in de publicatie van zijn gedichten in verschillende bladen.
In 1881 begon hij ook Friese voordracht avonden te verzorgen. Hij noemde dit ‘Simmerjûnenocht’. Een soort tegenhanger van Waling Dijkstra zijn ‘Winterjûnenocht’.
Voor de pauze werden er gedichten voorgedragen en na de pauze betrad Pieter Jelles als Alde Foekje fan Heech het podium. Met de waarzeggerij van zijn alter-ego Foekje had hij veel succes. Hij kleedde zich in vrouwenkleren, meestal Fries kostuum, en voorspelde in de dorpsherbergen aan jonge vrouwen hun toekomst nadat hij de lijnen in hun handen uitgebreid had bekeken. Vooral de mooiste meisjes trokken zijn aandacht.
Maar hij schoot ook wel eens een bok toen hij één van de dames waaraan niet te zien was dat ze al lang getrouwd was, een zeer kinderrijk huwelijk voorspelde. Echter de vrouw was al jaren getrouwd en wachtte al jaren tevergeefs op kinderen.
Maar ook gebeurde het dat hij de toekomst een handje hielp. Dan zei hij tegen een meisje dat ze die avond nog een vrijer aan de deur kon verwachten. Een voorspelling die uitkwam omdat hij die zelf uit liet komen.

Link lied 'Alde Foekje fan Heech': https://youtu.be/To2QXBIjavY

Wordt vervolgd : zaterdag 9 mei de volgende aflevering – De brek

maandag 4 mei 2020


Fryslân’s soan 3 -  Unbesoarge

Pieter Jelles Troelstra werd geboren op 20 april 1860 in Leeuwarden als zoon van Jelle Troelstra en Grietje Landmeter. Het gezin behoorde toentertijd zeker tot de midden- zo niet tot de hogere klasse. Vader Jelle was een man die zichzelf ontwikkelde en het tot ontvanger van de belastingen bracht. Het gezin kende zeker geen armoede. Vader Jelle was een vooraanstaand liberaal, lid van de gemeenteraad, wethouder en lid van de provinciale staten. Daarnaast schreef hij in Friese kranten en tijdschriften en publiceerde gedichten in de Friese taal. Moeder Grietje was een opgewekte en intelligente vrouw, maar lichamelijk was zij zwak. Zij is dan ook maar 34 jaar oud geworden.

Toen Pieter Jelles 9 jaar was verhuisde het gezin naar Stiens waar zijn vader een nieuwe baan had gekregen bij de belastingen. Als stadsjongen moest Pieter Jelles zijn uiterste best doen om er bij te mogen horen. Hij leerde daar een heel andere wereld kennen. Deze wereld bestond uit weidse landen waar je heerlijk kon dwalen; het echte plattelandsleven. En Pieter Jelles maakte zich er het Fries zich snel eigen en ging Friese boeken lezen.
Maar hij nam ook voor het eerst in zijn leven de schrijnende tegenstellingen tussen de standen waar (boer – arbeiders).
Hij sloot zich aan bij de dorpsjongens die in het voorjaar over de sloten sprongen en eieren zochten. Hij haalde kattenkwaad uit en kreeg vaak van zijn strenge vader een pak slaag. Al met al was zijn Stienser tijd een onbezorgde tijd.
Met één zware schaduw, namelijk het overlijden van zijn moeder in 1871, die leed aan tuberculose.
In 1875 moest het gezin vanwege het werk van vader Jelle weer in Leeuwarden wonen. Na zeven jaar verliet Pieter Jelles Stiens, jaren waarin hij veel indrukken opdeed en die veel invloed op de vorming van zijn persoonlijkheid hebben gehad.
Het lied Unbesoarge kun je hier beluisteren en downloaden: https://youtu.be/mv92czLBVFA

Wordt vervolgd: donderdag 7 mei de volgende aflevering – Alde Foekje fan Heech

zaterdag 2 mei 2020


Fryslân’s soan 2 -  Arbeider anno 1860

Pieter Jelles Troelstra werd geboren op 20 april 1860 in Leeuwarden. Het gezin Troesltra behoorde toentertijd zeker tot de midden- zo niet tot de hogere klasse toentertijd.

Rondom 1860 zet de industrialisatie in Nederland eindelijk door. Met deze ontwikkeling groeide het aantal verpauperde arbeiders, dus ook kinderen, en de sloppenwijken. Deze ontwikkelingen zorgden voor nieuwe reacties op armoede. De liberalen wilden af van de beperkingen die de economie teveel regelden: een vrije markt zou de economie ten goede komen en vervolgens het probleem van de armoede oplossen. Dit bleek niet te werken. De rijken verrijkten zichzelf en in het bijzonder de rijke industriëlen hadden belang bij werknemers die niet teveel eisen konden stellen.

In de steden woonden de arme families in de stinkende sloppen vol ongedierte. De open riolen veroorzaakten regelmatige uitbraken van cholera-epidemieën. De rijken kwamen niet in deze achterafbuurten en wisten niet veelal hoe erg het was. De meesten hadden daar ook geen behoefte aan. Armoede was nu eenmaal een onderdeel van het leven en de armen moesten hun plek kennen en verder hun mond houden.



Datzelfde gold voor arbeiders die op het platteland woonden. Wat te denken aan de veenkolonies waar arbeiders min of meer als slaven geketend waren aan de veenbazen. Men kon geen kant op en had zeker geen uitzicht op een beter bestaan.

Werkgevers die zich wel iets aantrokken van de armoedige omstandigheden van hun arbeiders, deden dat meestal uit praktische overwegingen. Sommige bedrijven bouwden voor hun personeel huizen met lage huren in de buurt van de fabriek. Betere huisvesting hield de arbeiders gezond en daarnaast konden ze in de gaten worden gehouden.

Armoede moest dus in zekere maten beteugeld worden maar vooral om de economie draaiende te houden. Dit was tegen het zere been van de Socialisten. Zij wilden geen liefdadigheid of paternalistische werkgevers maar banen voor de arbeiders. Zij kregen aan het eind van de 19e eeuw steeds meer aanhangers. Zij hadden ook kritiek op de religieuze armenzorg vanwege de betutteling van de armen.

Pieter Jelles werd kortom geboren in een tijd met veel armoede onder arbeiders: keihard werken, lage lonen, geen rechten enkel plichten, grote gezinnen, uitzichtloosheid, drankmisbruik, gedwongen winkelnering en ga zo maar door.
Als arbeider anno 1860 leefde je om te werken en te doen wat je werd gezegd.
Lied 'Arbeider anno 1860': https://youtu.be/KN4_cI79rsk

Wordt vervolgd: dinsdag 5 mei de volgende aflevering – Unbesoarge

vrijdag 1 mei 2020


Fryslân’s soan 1 -  Inleiding

Het is niet voor niets dat vandaag op de 1ste mei, de dag van de arbeid, de eerste aflevering  van het liedjesprogramma ‘Fryslân’s soan’ online komt. Maar laten we eerst eens beginnen hoe ik op het idee kwam en wie nu eigenlijk de bedenkers en uitvoerders zijn.

Een tijdje geleden bestelde iemand bij mij de CD “Fryslân’s soan” van de Wim Beckers Groep. Op deze, in 1987, uitgebrachte LP en CD staan ook de liedjes uit het programma “Fryslân’s soan”, over leven en werk van de Friese dichter en staatsman Pieter Jelles Troelstra. Normaal gesproken beluister ik eigenlijk zelden of nooit mijn eigen uitgebrachte muziek, maar deze liedjes had ik een hele tijd al niet gehoord. Al luisterend kwam ik op het idee om een serie blogs te schrijven over dat programma met een viseo er bij van de liedjes. Eigenlijk het toenmalige programma opnieuw uitvoeren, alleen nu digitaal. Zo gezegd en zo gedaan. In deze eerste aflevering een korte beschrijving over de Wim Beckers Groep.

In 1981 maakte ik mijn debuut als Fries(talig) volkzanger op het folkfestivial 'Frentsjip' te Franeker. De reacties waren dusdanig positief dat ik besloot door te gaan op het ingeslagen pad van de Friestalige volksmuziek en het top-40 werk, waar in ik tot dan aan toe actief was geweest, vaarwel te zeggen.
Spoedig maakte ik kennis met accordeonist, gitarist en banjospeler Cees Bouma uit Leeuwarden. Als duo trokken wij door de provincie, maakten radio opnames bij Omrop Fryslân en traden op op diverse festivals. Eén van die festivals was het Straatfestival te Leeuwarden. In juli 1982 vroeg dwarsfluitist Bart Wijnen, eveneens afkomstig uit Leeuwarden, of hij eens mee mocht spelen. Deze samenwerking beviel zo goed, dat besloten werd gedrieën door te gaan.


Het aantal optredens groeide gestaag, zeker toen bijna geheel Nederland tegen de kernbewapening demonstreerde. Het repertoire van ons drieën sloot naadloos aan bij deze onlust gevoelens. Dat het ons voor de wind ging, werd ook opgemerkt door platenmaatschappij Universe van Wobbe van Seyen. Deze bracht in 1983 de eerste LP, onder de titel Bart, Wim & Cees op de markt. De recensies waren prima en de verkoop verliep goed, zeker door de vele optredens die wij afwerkten.

Maar de aspiraties gingen verder. Vooral vocaal wilden we de mogelijkheden verder uitbouwen en werd Marijke Feenstra (geboren en getogen in Witmarsum) gevraagd om zich bij ons te voegen. Onze stemmen pasten prima bij elkaar. Maar ook muzikaal werd er verder gebouwd. Met de komst van Jan Ottevanger als bassist/tubabespeler, was de Wim Beckers Groep pas echt compleet
Er werd ook een begin gemaakt met een liedjes programma, thematisch ditmaal. Hoofdpersoon was Pieter Jelles Troelstra, Fries dichter en staatsman met een enerverend leven wat genoeg inspiratie boven bracht om een programma van te maken. Ik was niet alleen van huis uit (ik kom uit een zgn. rood gezin) in de ban geraakt door de persoon van Troelstra, maar ook door het toneelstuk ‘Triljende ierde’ waar de Friese acteur Freak Smink een onvergetelijke Troelstra neerzette. De teksten waren van mij, terwijl Cees, Bart en ik gedrieën voor de muziek tekenden, wat overigens ook al bij de eerste LP het geval was geweest. Let vooral eens op de schitterende arrangementen die Cees en Bart schreven!

Ook dit programma werd op LP uitgebracht en wel in 1987. Op 9 januari 1988 maakt de groep zijn tv-debuut bij de NCRV. Omdat het uitkomen van deze LP samen viel met de opkomst van de CD, werd de LP in 1993 ook op CD uitgebracht
Het uitkomen van deze CD was tevens de afsluiting en het einde van één van Frieslands bekendste folkbands. De Wim Beckers Groep had meer dan 10 jaar diverse podia in binnen en buitenland (o.a. Denemarken) afgereisd. Wat rest zijn goede herinneringen waarvan 2 LP's en 2 CD’s de getuigen van zijn.
Om alvast in de stemming te komen een korte samenvatting, zeg maar kakafonie van de liedjes uit het programma. Maar wees gerust in de volgende 9 afleveringen kun je alle leidjes apart beluisteren en downloaden als je dat wilt. https://youtu.be/49PKsVvxrVQ

Ter nagedachtenis aan Bart Wijnen (13/2/1957 – 31/8/2015)

Wordt vervolgd: zondag 3 mei de volgende aflevering: Arbeider anno 1860

woensdag 15 april 2020


Het Café van Tante Leen
In mijn vorige blog kondigde ik min of meer al aan dat ik verslag zou doen van mijn visite met mijn grootvader aan Café Royal aan de Nieuwendijk. In de volksmond beter bekent als het café van Tante Leen. Tijdens één van mijn logeerpartijen bij mijn grootvader en tante Katrien, moesten en zouden wij een bezoek brengen aan eerder genoemd café, niet alleen om plezier te hebben, maar ook om te genieten van optredens van Tante Leen en Johnny Jordaan. Persoonlijk zat ik er toen niet echt op te wachten, maar goed je bent jong en je moet wel eens het één en ander. Volgens tante Katrien zou dit zeker een positieve uitwerking hebben op mijn pedagogische en muzikale ontwikkeling. Het zal dacht ik.
Maar wie zijn nu eigenlijk Tante Leen en Johnny Jordaan? Tante Leen trad pas op 43-jarige leeftijd voor het eerst op. Daarvoor verdiende ze de kost als schoonmaakster. Kennissen van haar schreven haar in voor een talentenjacht die platenmaatschappij Bovema had uitgeschreven om de Beste Stem van de Jordaan te vinden. Ze behaalde de tweede plaats achter Johnny Jordaan. Tante Leen trad vaak op samen met haar goede vriend Johnny. Haar grootste hit had ze met het nummer Oh, Johnny, dat gericht is aan Johnny Jordaan. Zij beëindigde haar zangcarrière in 1975 en bracht de laatste jaren van haar leven door in een verzorgingshuis. Op 5 augustus 1992 overleed zij.
Johnny Jordaan werd geboren in de Amsterdamse Jordaan, was een volle neef van Willy Alberti (vader van Willeke). Vanaf hun achtste zongen de twee neven samen op straat en in cafés liederen. De naam Johnny Jordaan gebruikte hij vanaf zijn veertiende, toen hij in zijn vrije tijd bleef zingen. Omdat hij een talentenjacht won mocht hij een single uitbrengen. De Parel van de Jordaan met op de B-kant Bij ons in de Jordaan De single verbrak alle records en hij was opeens een nationale beroemdheid. Op 8 januari 1989 overleed hij op 64-jarige leeftijd. In 1994 werden voor Johnny Jordaan en Tante Leen borstbeelden opgericht op het pleintje aan het begin van de Elandsgracht.


Maar goed, op een zomerse avond trokken mijn grootvader, tante Katrien en mijn persoon richting Nieuwendijk waar tante Leen haar café gevestigd was. De muziek hoorde je al van ver en welde behoorlijk aan toen wij door de open staande deur gingen. Ik was nog maar net binnen of was al verwikkeld in één of andere polonaise, waar geen ontkomen aan was. Ik was beland in een hok vol met luid kakelende ouwe mensen die, onder het genot van een drankje(s), de meeste lol schenen te hebben. En dan die muziek! Ik was van de beatmuziek en dus paste dit genre allesbehalve in mijn straatje.
Eén of andere man stond achter de bar, terwijl ik daar toch Tante Leen had verwacht. Maar na een klein half uurtje verschenen Tante Leen en Johnny Jordaan vanachter de tap. Een oorverdovend gejuich steeg op! Tijdens hun opkomst werd luidkeels de evergreen ‘Bij ons in de Jordaan!’ gezongen. Nimmer had ik zo’n uitzinnige groep mensen mee gemaakt en ik stond er middenin. Het ene na het andere Mokumer lied werd met veel overtuiging en emotie door beiden naar voren gebracht. En de aanwezigen smulden, terwijl ik moest denken aan de hit van Johnny Hoes ‘Och was ik maar bij moeder thuisgebleven!’. 
Maar ja daar was het nu te laat voor. Het werd al met al een wonderbaarlijke avond, zo zag ik mijn grootvader bewegingen maken waartoe ik hem (hij was een vrij gezette man) nooit toe in staat had geacht. Hij kon zelfs zingen! Na enkele uurtjes gingen wij weer huiswaarts, waarbij mijn grootvader mij vroeg: “Wat vond je er van?”, waarop tante Katrien alvast antwoord voor mij gaf: “Die jonge heb genoten!”. Het zal dacht ik.
Een aantal keren per jaar komen wij in Amsterdam. Al ben ik dan ook Feyenoord fan, ik heb gewoon een zwak voor die stad. Dan wandel ook weer door de Jordaan en denk dan terug aan mijn café bezoek wat ik toen vervelend vond, maar nu als een dierbare herinnering koester.

Twee linken naar Tante Leen en Johnny Jordaan: